Spring naar inhoud

Fietsen voor u

5 september 2011

Kom de laatste tijd nog meer buiten dan voorheen. Begeef me, samen met H, wekelijks al fietsend door de lage landen langs dorpjes en gehuchten waarvan ik het bestaan niet afwist. Dat daarbij de nodige kilometers worden gemaakt geeft eigenlijk wel een enorme kick. De laatste tour was op en rond Goeree Overflakkee, bij thuiskomst gaf de teller een voor mij nieuw record aantal van 106 kilometers aan..

Deze zomer? Waterfietsen zal je bedoelen, hoor ik u schertsend denken, maar niks is minder waar. Een waterhoos, hagel en windstoten, als een Mozes maar dan te fiets drijven wij, waar we ook rijden, de wolken uiteen en laten het zonnetje voelbaar stralen.

Eigenlijk fietsen we dus voor u. Zolang wij rijden lijkt het toch nog een beetje zomer.

Terwijl ik dit nu tik regent het pijpestelen…

Advertenties

Beestenboel

20 juli 2011

Kan er uren naar kijken. Beneden in en om de flatgracht hebben we onze eigenste wildlife-soap. Een dusdanig diversiteit aan dieren met hun dagelijkse drama’s, de natte droom waar menig cameraman van National Geographic en Animal Planet U tegen zou zeggen. Groepsverkrachtingen, necrofilie, intimidatie en kannibalisme zijn aan de orde van de dag. Neem een maand non-stop op en, knippen en plakken is niet nodig, laat je documentaire door David Attenborough becommentariëren. De ene na de andere wildlife-prijs zal gewonnen worden.

Naast de vaste bewoners, de op muggen jagende vleermuizen, kwamen destijds enkele Anas platyrhynchos (wilde eenden) aangevlogen. Deze krakers maakten de weg vrij voor de Fulica atra, de wit gemaskerde familie meerkoet die zich, als nestplek, gelijk de fonteinen hebben toegeëigend. ’s Avonds komt er steevast een Ardeidae (blauwe reiger) op bezoek. Zittend op de brugleuning maakt deze luid de eenden en koeten voor rotte vis uit. Weet ik natuurlijk niet zeker, maar z’n geschreeuw komt vrij agressief over.

D’r kan nog meer bij moet de VVE hebben gedacht. Tijdens één der zittingen is besloten tot aankoop van enkele siereenden. Ik kan er naast zitten, maar volgens mij de Dendrocygna arcuata; de Wandering Fluiteend. Geen impuls aankoop daar dit niet zomaar siereenden zijn. Hier is serieus onderzoek naar gedaan. Deze exemplaren zullen nimmer wegvliegen of kwakend voor overlast zorgen. De sierdieren zijn op meerdere fronten gekortwiekt. In de vleugel is geknipt en in plaats van normaal leren kwaken heeft deze eendenversie fluitles gehad. Maar wat de verkoper er blijkbaar niet bij heeft gezegd is dat ze piepen als een dove. Hard en veel ook. Het liefste ’s nachts. Daarmee roepen ze dus het onheil af over zichzelf en de jonkies.

De natuur is wreed. Troepen naar bloed snakkende meeuwen terroriseren de siereenden en hebben hun immobiliteit feilloos in de smiezen. Met name de extra weerloze jonkies hebben het zwaar te verduren. Hun doodsstrijd levert, hoe luguber ook, fascinerende beelden op. Met de meerkoetjes rennen ze vluchtend over het water het veilige riet in. Ik heb er prima zicht op. Vanaf het balkon of in de vensterbank, glaasje wijn erbij en voor je het weet is de avond alweer om.

Dat deze eenden meer sier dan verstand hebben bleek afgelopen week. Er kwam er eentje vast te zitten in een afwateringsrooster. Na 2 dagen op dezelfde plek dobberend piepen is de knapperd gered door de brandweer. Mag wat kosten, maar de investering is gered. Nog een geluk dat de hongerige meeuwen niet net toen langs vlogen. http://twurl.nl/14oqkm.

Waszak

5 juli 2011

Op de bank ploffend realiseer ik me dat ik de poes al een tijdje niet heb gezien. Bedenk me ook dat ik zojuist bij het aanzetten van de wasmachine niet heb gekeken of ze, in een onbewaakt ogenblik, de trommel in is gekropen. In gedachte zie ik haar achter het raampje draaiend voorbij proesten. Als ik nu niks doe zal ze met zekerheid verzuipen.

Mezelf overtuigend van het tegendeel maar nu allerminst op m’n gemak zal ik toch écht even moeten gaan kijken. Zou het mezelf nooit vergeven. Bevreesd voor wat ik zal aantreffen spring ik op en maak een hink-stap-sprong over de met nog te vouwen schone was gevulde wasmand naar de gang. Met een zwaai open ik de deur van het washok en in dezelfde beweging ook de deur van de wasmachine.

Pfoe. Op het schoonste ding in huis na (een gevulde waszak) geen poes in de machine. Ik kijk opzij de logeerkamer in en zie haar, zich totaal niet bewust van mijn intense adrenaline beleving van zojuist, op d’r favoriete vleermuis spotplek zich met hele andere zaken bezig houden.

Mezelf en haar verwensend loop ik op d’r af maar aai haar vervolgens flink en bedenk me dat het enge is dat dit dus best echt had kunnen gebeuren daar dit niet de eerste keer is geweest dat ze zich ergens liet in- opsluiten. Het zijn de in haar ruggengraat verborgen oerinstincten om (noem het veilige…) plekjes uit het zicht in het donker te bezetten om er vervolgens een lekker tukkie te doen.

Hoofdschuddend loop ik weer naar binnen en plof weer op de bank en vraag me af waar Sien toch is, heb d’r al een tijdje niet gezien…

Nestgeluiden

30 juni 2011

Het was ergens in 1995, ik belde na een maand of wat eindelijk weer es naar huis vanaf de andere kant van de wereld. Mams nam op maar uiteraard blij haar stem weer eens te horen brak ik verder niet. Iets wat die zogenaamde Robinsonners vaak wel overkomt na contact met het thuisfront. Ben namelijk gelukkig gezegend zonder heimwee, zee-/wagenziekte of ander nooit uitkomend en dus meeral in de weg zittend ongemak.

Oude bekende smaken, geuren en geluiden daarentegen kunnen mij terug in de tijd slingeren, zo ook tijdens dit gesprek. Op de achtergrond hoorde ik de klok op de kast in de woonkamer slaan, de klok wiens levensduur ik ooit eens verlengd heb met behulp van een stukje kauwgom. De klok die me vaak irriteerde omdat hij het nodig vond zijn kwartierlijk gebeier nou net precies tijdens de uiterst belangrijke dialogen van de Grobbebollen, Dick Turpin of De Man van Zes Miljoen ten gehore te brengen. De klok die m’n ouders er op attendeerde dat wij nog niet naar bed waren.

Kreeg ik zowaar toch een brok in mijn keel en vroeg m’n moeder een momentje stil te wezen. Even luisteren naar dat tijdloze riedeltje van die klok. Was een fijn en vertrouwd geluid van vroeger, een bevestiging dat alles nog als vanouds was. Nog steeds, wanneer m’n ouders met vakantie zijn, heb ik mijn momentje met die klok. Ik open zijn glazen deurtje, inhaleer de muffe lucht van het binnenste van de klok, zet hem gelijk want loopt nooit juist, wind em beheerst op en proef snel even welke smaak er ook alweer aan de kauwgom zat.

Dieren-proof

28 juni 2011

Onzin natuurlijk, maar om poes te behoeden van een vrije val van vier hoog en het daarbij behorende natte pak wegens een soortement van slotgracht zijn we aan het doe-het-zelven geslagen. Een hordeur op maat dus. Ze springt namelijk graag op de, zelfs voor katten, smalle balustrade, doet vervolgens tijgerend een rondje en gaat daar meer uit dan in evenwicht zitten zitten.Vervolgens steekt ze d´r nieuwsgierige neus in de wind terwijl ze wordt lastig gevallen door een, duidelijk gemeen in de zin hebbende, troep uitdagende eksters. Heb de bewezen hoge koord kunstenares in gedachte al diverse malen naar beneden zien lazeren. Vandaar de toegang tot het balkon monitoren met behulp van een hordeur, waar meer monteer tijd in ging zitten dan verwacht.

Enkele zeer warme dagen verder is de deur gelukkig nog intact en niet zoals een beetje verwacht op een nacht door poes aan flarden gereten. Mogen ze van mij best op de doos etaleren; houd muggen buiten en katten binnen.

Igor help es even

21 juni 2011

Weldra zal die leven! Eerstens deze tool mijn wil opleggen. Boutje hier, schroefje daar, beetje spuug en een elastiekje… Tweedens gaandeweg de boel pogen in leven te houden. Beetje Pokon, zonlicht, net genoeg water en een lief woordje. Niet teveel, want heb geleerd dat je ze moet stressen om ze scherp te houden.

Spijt

21 juni 2011

Ik ging vreemd, puur uit gemakzucht. Even m’n verslaving stillen bij een ander, en ik heb het geweten. Nonchalant liep ik naar haar toe. Tot aan de deur niks aan het handje, eenmaal over de drempel begonnen de haren op m’n arm te rijzen, een rilling door m’n lichaam.

Het begon met de inrichting van de winkel die met mijn koffiewinkel-beleving botst. Ik hou van een krakende deur met belletje, een stro gevlochten deurmat in een ietwat donkere ruimte met een vale houten krakende vloer, enkele licht verroeste zilveren vaten en jute zakken gevuld met bonen op de vloer tegen de muur. Een veel gebruikte ouderwetse weegschaal glimt je dof tegemoet vanaf de plank boven de vaten. Het andere deel van de winkel is voor de thee, maar daar kom ik niet voor. Gewoon snel even een aanbevolen gemixt zakje verse bonen en fluitend weer weg. Maar hier? Niks van dat. Er is teveel licht en wat een plastic. Fel gekleurde reclameborden schappen die een verplicht te nemen route naar de nep lachende en hallóóóóó kirrende dame achter de toonbank vormen. Kijkend naar de vele bussen en bakken vol bonen achter haar maak ik onrustig mijn keuze. Ik kies een espressoboon gemixt met een wat tammere. Dat mag kennelijk niet. Waarom ik de twee soorten gekozen bonen wil mixen en hoe ik het in mijn hoofd haal. Ben hier duidelijk niet de koning. Ik wil hier weg, de route negerend rechtdoor naar buiten, maar ik hou me in. Afrekenen en wegwezen. Of ik soms ook bonen-bonnen wil sparen. En nee dank u, geen bonnetje.

Spijtig dat koffie aan de man brengen kennelijk anders moet. Met als engste ervaring ooit die overdreven behandeling bij de kupjes boutique door klaarblijkelijk afgewezen stewards en stewardessen. Buiten beloof ik mezelf dat ik het nooit meer zal doen. M’n verslaving stil ik enkelt nog op de Denneweg.